Een bijzonder verhaal van een bijzondere medewerker

Betuwe Wereldwijd draait op zo’n 40 medewerkers. Eén van hen is Martijn (21). Martijn heeft een bijzonder verhaal. “Ik ben drie maanden te vroeg geboren. Dat heeft van alles tot gevolg had. Zo leer ik minder snel en duurt het ook wat langer voordat ik iets begrijp. Daarom ging ik naar een speciale school, maar dat was wel onder mijn niveau. Ten opzichte van de rest was mijn IQ veel te hoog. Daarnaast heb ik het NEC-syndroom en ben ik hypermobiel. Het NEC-syndroom heeft niets met de voetbalclub te maken, maar je schrijft het wel zo!” grapt Martijn. “Dit syndroom houdt in dat niet alles in je lichaam is aangegroeid. En ik heb ook de Ziekte van Marfan: hierbij is je bindweefsel vastgegroeid. Dit weefsel is minder flexibel en scheurt sneller. Daardoor heb ik onder andere een overbeet.”

“Ik heb er helemaal geen moeite mee dat ik al deze beperkingen heb, maar hé, ik ben er mee geboren. Oké, ik vind het lastig om met leeftijdsgenoten om te gaan die geen beperking hebben. Je wordt toch minder snel geaccepteerd door hen en je kan moeilijker vrienden met ze worden. Maar ach, ik kan er niet veel aan veranderen dat ik dit allemaal heb en dus zullen ze me moeten nemen zoals ik ben.”

Na zijn schoolopleiding kwam Martijn in contact met de organisatie ’s Heeren Loo. Zij ondersteunen mensen met een beperking. “Je kan er wonen, ze kunnen je een dagindeling bieden, of je aan het werk helpen. Dat laatste hebben ze voor mij gedaan. Eerst had ik niet zulk leuk werk, maar toen bracht ’s Heeren Loo mij in contact met Betuwe Wereldwijd. Hier kan ik doen wat ik het allerliefste doe: werken met computers. Dat doe ik hier al 1,5 jaar, 3 dagen per week, en nog steeds met veel plezier.”

Ik vind het hier zo leuk, ik voel me hier zo op mijn plek.

“Ik test hier de computers die binnenkomen. Meestal bestaat mijn klus uit het plaatsen van een nieuw besturingssysteem. Alles gaat hier met Linux, een gratis besturingssysteem.” Dat is wel zo prettig, want dan kan al het geld naar de ontwikkelingslanden en hoeft het niet hier geïnvesteerd te worden. “Elke computer krijgt dat besturingssysteem. Dan werkt alles hetzelfde en dat is een stuk makkelijker voor de organisaties in de ontwikkelingslanden. Zij hoeven zo niet aan elke leerling apart uit te leggen hoe zijn/haar computer werkt.”

De computer waar Martijn nu mee bezig is pakt Linux helemaal niet. “Tja, die moet helaas gesloopt worden. Gelukkig gebeurt dit niet heel vaak, want negen op de tien computers die binnenkomen doen het nog gewoon.” De ‘sloopman’ zit ondertussen al te lachen. Hij ziet ook wel dat er waarschijnlijk een nieuwe klus voor hem aankomt. “Ja, hij is van het slopen,” bevestigt Martijn. “Maar niet alles wordt gesloopt hoor. Het is juist zeer belangrijk om de bruikbare delen te behouden. Daar hebben wij dan weer wat aan. De niet-bruikbare delen worden gesorteerd.”

“Graag zou ik hier op een gegeven moment fulltime gaan werken. Ik vind het hier zo leuk, ik voel me hier zo op mijn plek, dat ik dat echt graag zou willen. Ook wil ik over drie jaar het huis uit. Maar mijn grootste droom is toch wel om een lieve partner te vinden en een gezin te starten.”

Martijn in de computerwerkplaats
Dit is wie ik ben en daar heb ik vrede mee.
Gerda Van R