“Huib Ottens en het ontbrekende wieltje”

Waarde geven aan oude spullen. Het zat er al heel vroeg in voor Huib Ottens: Als jongetje van een jaar of 10 vond hij twee assen van een kinderwagen. Helaas ontbrak er een wiel en de assen waren daarom niet meer bruikbaar om er een karretje van te maken. Weggooien dus? Niet voor de jonge Huib. Hij zocht net zolang tot hij een wieltje vond dat paste. Uiteindelijk kon hij met vier wielen een mooie stuurkar maken waar hij nog veel plezier aan beleefde.

Huib: “Dit verhaal uit mijn kindertijd illustreert precies waarom ik het bij Betuwe Wereldwijd naar mijn zin heb. Spullen die hier binnenkomen zijn kapot of onvolledig en hebben voor de gevers geen waarde meer, Wij, de medewerkers van BWW maken er samen weer iets van dat bruikbaar is. Dat spreekt me enorm aan”.

Oliemannetje. Huib ging na het VWO, bedrijfsinformatica studeren en werkte daarna als projectleider en analist programmeur 19 jaar in dienst van de Rabobank. Bij een reorganisatie werden hij en zijn collega’s ontslagen. Huib bleef werken voor de Rabobank, maar nu via detacheringsbureau “Ordina”. In zijn nieuwe functie was hij o.a. verantwoordelijk voor het regelen van het  systeemonderhoud. Belangrijk werk omdat het betalingsverkeer direct afhankelijk was van een goed werkend systeem. Overal waar haperingen waren werd Huib als het “oliemannetje” ingeschakeld om de juiste mensen in te schakelen om boel aan de praat te houden. Huib: “Oliemannetje is een rol die mij goed past” 

Vernieuwen om het vernieuwen. In de loop van de tijd ging het werk voor de bank hem steeds meer tegen staan. Huib: “Alles moest snel, vernieuwingen werden ondoordacht doorgevoerd. Men dacht, dat als het maar nieuw is, dan is het goed. Voor mij was het veel belangrijker dat vernieuwing echt tot iets zou leiden dat werkt”. Voor Huib bleek vernieuwen om het vernieuwen juist helemaal niet te werken en het leidde in 2022 tot een burn-out en uiteindelijk ook tot een definitief afscheid van Ordina en de Rabobank.

Naar Culemborg. In 1995 werkte Huib bij RABO in Amersfoort - Zeist en zijn vrouw werkte in den Bosch. Verhuizen naar Culemborg in het centrum van het land was een logische stap. Hij en zijn vrouw voelen zich sindsdien in dit stadje en in de omgeving helemaal thuis. Na zijn burn-out in 2022 volgde een re-integratie traject, maar dat had nog niet tot ander werk geleid. Om toch enige regelmaat op te bouwen ging hij op zoek naar een nuttige besteding van zijn tijd. Hij liep wel eens door de Goilbedingerstraat zonder te weten wat er in het pand van BWW plaats vond. Op de site van BWW vond hij een oproep voor een vrijwilliger die breimachines wilde repareren. Een intake gesprek met Frank, indertijd werkzaam bij BWW, maakte hem enthousiast en zo is Huib bij BWW terecht gekomen.

Breimachines. Als fervent LEGO bouwer is Huib gewend dingen in- en uit elkaar te halen en dat was precies wat ze daarbinnen deden. Huib: “Als je iets uit elkaar haalt, ontdek je hoe het werkt en kun je het ook weer in elkaar zetten”. In deze wetenschap begon hij bij BWW in de breimachine werkplaats. Hij haalde de apparaten uit elkaar, verving onderdelen, zette ze weer in elkaar en gaandeweg ontwikkelde Huib zich tot breimachine specialist. “Het was echt leuk werk, waarin ik kon doen waarin ik goed was” Omdat het aantal breimachines sterk terugliep werd een jaar geleden besloten dit onderdeel over te hevelen naar een soortgelijke organisatie met een grotere breimachine werkplaats.

Niks weggooien. Huib werkt nu vooral aan elektrische apparaten en naaimachines. Oude naaimachines worden in Nederland nauwelijks meer gebruikt, maar zijn in Afrika heel waardevol. Huib maakt ze schoon, vervangt onderdelen en geeft ze een nieuw leven. En zo was hij weer terug bij heel lang geleden toen hij van een kinderwagen weer iets nieuws kon maken. Huib kan en wil niks weggooien. Dit brengt ons bij Huib als verzamelaar, vooral van geschiedenisboeken en boeken over de luchtvaart en dan vooral over een heel specifiek vliegtuig.

De “Vliegende vleugel” Huib weet alles over een heel speciaal Duits straalvliegtuig, ontwikkeld aan het eind van de tweede wereldoorlog. Met de kennis over zweefvliegen bouwden de gebroeders Horten een vliegtuig met twee straalmotoren: de “Horten Ho 229” ook wel “De vliegende vleugel” genoemd. Straalmotoren waren in die tijd een heel nieuwe ontwikkeling. De Ho 229  heeft maar drie keer gevlogen, maar het is de geschiedenis van dat vliegtuig en de tijd waarin het werd ontwikkeld waar Huib alles over wil weten. Samen met een Russische auteur heeft hij hier ook een boek over geschreven.

Biggles. Over de geschiedenis van de luchtvaart heeft Huib een hele bibliotheek verzameld. Deze interesse komt vooral voort uit de Biggles jeugdboeken over een onoverwinnelijke gevechtspiloot en geheim agent, geschreven door W.E. Jones. Hij heeft in zijn jonge jaren alle 92 delen verzameld en verslonden.

Gemoedelijke sfeer. Weer terug naar het nu zegt Huib: “Mijn belangstelling gaat uit naar geschiedenis en mechanica; van beide wil ik weten hoe het in elkaar zit. We kregen hier een naaimachine binnen uit 1880. Het fascineert me hoe vernuftig zo’n machine in elkaar zit en hoe het werkt. Dat is het leuke aan het werken bij Betuwe Wereldwijd. Altijd leuke uitdagingen om dingen die kapot lijken weer aan de gang te krijgen” Voor Huib zijn er altijd weer wieltjes te vinden om de kapotte boel compleet en werkend te krijgen. Maar nog belangrijker: “Is de gemoedelijke sfeer in de organisatie waardoor ik me hier als vrijwilliger als een vis in het water voel. Zonder prestatiedruk leveren we samen mooie producten af, die ooit afgedankt werden, maar waarmee in Afrika prachtige dingen gebeuren”

Gerda Van Rhier